Willem Ouweneel: vervulling met de Heilige Geest

Kritische beschouwing van een artikel van Willem Ouweneel over de vervulling met de Heilige Geest.

Willem Ouweneel:

Sommige christenen hoor je wel eens zeggen dat die zogenaamde vervulling met de Heilige Geest, en vooral de ‘vreemde’ dingen die daarbij kunnen gebeuren, alleen voor extreme lieden is; ‘gewone’, ‘gezonde’ christenen hebben daar geen behoefte aan en hebben dat ook niet nodig.

Dat zijn inderdaad de Christenen tot wie ik me voel aangetrokken. Evenwichtig, vervuld met Gods Woord zonder te zoeken naar bijzondere ervaringen of het spektakel van een kerk vol met mensen die schreeuwen, vallen, brabbelen, maar evenwichtige Christenen die het Woord horen, innerlijk ervoor buigen en op die wijze de kracht van de heilige Geest ervaren. Die “sommige” Christenen waren vroeger de ware discipelen omdat ze niet met zichzelf, maar met de Heer bezig waren. Die mensen ken ik nog vanuit mijn jeugd. Willem Ouweneel was er een van. Vreemd hoe dat lopen kan.

Laat me daarom een paar grote Godsmannen noemen die bepaald niet ‘extremistisch’ waren (of zijn), maar die deze ervaringen gekend hebben en/of het belang ervan hebben onderstreept.Billy Graham, die zelf de vervulling met de Geest ervoer, schreef: ‘De grootste nood van de huidige natie is dat mannen en vrouwen die Jezus belijden vervuld worden door de Heilige Geest.’

Billy Graham? De aalmoezenier van de Amerikaanse presidenten? Die het evangelie uiteindelijk zo verzwakte, dat iedereen naar de hemel ging, of je nu moslim, Boedist of wat dan ook waren want God is liefde? Die Billy Graham?

John Piper schreef: ‘Waar we naar moeten streven (…) is dat God zijn Geest zo totaal op ons uitstort dat we gevuld worden met vreugde, overwinning over zonde hebben en vrijmoedigheid hebben om te getuigen. (…) Hoe het ook gebeurt, onze eerste ervaring van de volheid van de Geest is slechts het begin van een levenslange worsteling om gevuld te blijven met de Geest.’

Maar John Piper spreekt voortdurend over de Geestesgaven op een manier die suggereert dat hij tracht redelijk te blijven. Vooral het gevaarlijke idee van de zalving die kan worden overgebracht van de een op de ander, wordt door hem regelmatig gekritiseerd. Zeker, Piper is geen cessationist, maar de vervulling met de heilige Geest die hij hier beschrijft is een heel eind verwijderd van de Benny Hinn-achtige chaos die het evangelie versmald tot het zoeken naar spektakel en genezing.

De Chinese evangelist broeder Yun, die zolang in Chinese gevangenissen heeft doorgebracht, beschreef uitvoerig hoe hij door simpel gebed de vervulling met de Heilige Geest ontving.

Als je in een gevangenis zit vanwege je geloof, kan ik me voorstellen dat de Heere God jou een bijzondere bescherming biedt. Maar dat betekent geenszins dat je daaraan mag merken dat een eenvoudig gebed voor doorsnee Christenen al de weg opent naar deze bijzondere ervaringen.

Nu zou je bijna kunnen gaan denken dat de Geestesvervulling in het bijzonder bestemd is voor zulke geweldige dienstknechten van God.

Nee, maar ik denk wel dat wat we hier zouden kunnen omschrijven als Geestesvervulling op zijn best een uitzondering is. En dat het woord Geestesvervulling bovendien geheel en al wordt misbruikt. (Het staat eerder gelijk aan vervuld zijn met het Woord van Christus, vol zijn van liefde voor Hem etc.) Vol zijn van de Heilige Geest heeft niets te maken met verschijnselen die lijken op dronkenschap, verlies van controle over geest en lichaam, ekstase van welke aard dan ook, kortom al die zaken die door de Toronto blessing in de evangelische beweging zijn binnengedrongen.

Je vergeet dan dat door deze mannen vele duizenden gewone, anonieme christenen precies diezelfde vervulling met de Geest hebben ervaren.

Vergeet ik dat, of geloof ik daar niks van? Dit is weer de typische gratuite bewering die zo vaak in de continuationistische teksten optreedt. Een boude bewering. Je kunt verschijnselen waarnemen en er dan een theologisch etiket op plakken – maar dat zegt helemaal niks uiteindelijk. “Precies dezelfde”? Wie kan dan zodanig het innerlijk van een mens waarnemen om die bewering te kunnen doen? En wat zou er uiterlijk voor verschil zijn met mensen die door onreine Geesten worden bezeten? Herinner je dat de vrouw met een waarzeggende geest voortdurend uitriep: “Deze mensen zijn dienstknechten van de Allerhoogste, die ons een weg naar de zaligheid verkondigen.” Vervuld met de Heilige geest? Met de Geest van profetie? Of een leugengeest die door Paulus moest worden uitgedreven? Paulus zag er door heen!

En daarbij traden vaak ook fysieke verschijnselen op, zoals trillen, schudden en vallen in de Geest, plus extatische tongentaal en profetie.

Dat vallen in de Geest, trillen en schudden hoort kerkhistorisch bij de vroege Quakers. Tongentaal en profetie worden beschouwd als onderdeel van de geestesgaven in het Nieuwe testament. Het geheel wordt sinds de Toronto blessing overal gevonden. Ouweneel suggereert dat je zoiets gewoon kunt constateren. Die fysieke verschijnselen horen erbij. In het NT is een dergelijk vallen en schudden ook aanwezig, zeker. In deze tekst bij voorbeeld: “hij…heeft veel te lijden, want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.” Dit is de tekst over de maanzieke jongen en Jezus drijft bij hem een demon uit (Mat. 17:15, 18). Stel je voort een demonische bezetenheid wordt theologisch goedgekeurd? Stel je voor dat Jezus zou hebben gezegd: laat hem begaan, want de Heilige Geest heeft hem vervuld?”

Bij alle grote opwekkingen in de kerkgeschiedenis van de laatste drie eeuwen traden dat soort verschijnselen op.

Dat is waar. Zodra de revival begonnen was vanuit Gods Woord (in de trant van Nehemia 8) kwam er een spektakel show bij, om de echte opwekking in diskrediet te brengen en de aandacht af te leiden van Christus die het doelwit van de opwekking had moeten zijn.

Niet dat ze ooit een doel op zichzelf mogen worden – het zijn maar bijverschijnselen (zie mijn boekje Vallen in de Geest) – maar ze horen er wel onverbrekelijk bij.

Het zijn echter niet alleen maar bijverschijnselen, het zijn symptomen van iets anders dan de vervulling met de Geest van Christus. Ik hoorde op een conferentie Ouweneel ooit de vraag stellen: “Wat is toch dat Zijne, waaruit de Heilige Geest het nemen zal?” In no time waren we diep gebogen in aanbidding voor alles wat in de Heer Jezus aanwezig was. In woorden werd gezegd wie Hij is, voor de Vader, voor ons, in Zichzelf. Door die woorden werd ons hart geraakt. Onze liefde voor Hem opgewekt. Stel je voor dat in plaats daarvan de Heilige Geest ons had overvallen, in de stijl van de charismatische golf? Ouweneel was woordeloos ter aarde gestort, zijn vrouw was gaan schudden, naast mij zouden eerbiedwaardige oude broeders zijn gaan brabbelen in de taal van de engelen.

En ik? Ik zou naar huis zijn gegaan om er nooit meer terug te komen.

Share | Download(Loading)